Wiki
Home/Home/Wiki
Bijbel

De bijbel bestaat uit  een verzameling van boeken. Het woord “bijbel” komt van het Griekse “biblia”, hetgeen “boeken” betekent. De bijbel bestaat uit twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het woord “testament” heeft hier de betekenis van “verbond”, het gaat om de relatie tussen God en de mensen.

De teksten zijn uit verschillende tijden en in verschillende talen (Hebreeuws, Grieks en Aramees) opgeschreven, na eerst  lange tijd mondeling te hebben gecirculeerd in geloofsgemeenschappen. Het Oude Testament dateert van tussen 586 en 100 voor Christus. Het Nieuwe Testament uit de eerste en begin tweede eeuw na Christus.

Het kerstverhaal

Het verhaal, zoals het wordt uitgebeeld in de Kerstgroep, is een combinatie van de evangeliën van Lucas en Mattheus. Er zijn 4 evangelisten, maar niet alle vier schrijven over de geboorte van Jezus.

Marcus, waarvan inmiddels bekend is dat zijn teksten rond het jaar 65 zijn opgeschreven, vertelt geen geboorteverhaal, maar laat Johannes de Doper vertellen over degene die na hem komt. Hij zegt, “ik heb u met water gedoopt, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”

Johannes, wiens teksten dateren van rond het jaar 95, vertelt in zijn Proloog over het “Licht”, dat door de duisternis niet werd aangenomen. En over de getuigenis van Johannes de Doper.

Mattheus en Lucas, die rond de jaren 80/85 schreven, zijn de vertellers van ons Kerstverhaal.

Mattheus geeft eerst een overzicht van de afstamming van Jozef. En vertelt dan over de ontvangenis, de twijfel van Jozef, de geboorte, de magiërs uit het Oosten, de vlucht naar Egypte, de kindermoord in Bethlehem en de vestiging te Nazareth.

En Lucas  begint  met de aankondiging van de geboorte van Johannes (hij zal uitgaan voor de Heer), de boodschap van de engel aan Maria, Maria op bezoek bij Elisabeth. Dan de geboorte van Johannes, de volkstelling en de geboorte van Jezus, de engel die de herders het goede nieuws verkondigt. Vervolgens de aanbidding door de herders en de besnijdenis en opdracht in de tempel (Maria Lichtmis).

Verder  zijn in onze kersttaferelen ook elementen of symbolen terechtgekomen uit de apocriefe geschriften, die niet tot de officiële Bijbelteksten worden gerekend. Zoals de vroedvrouwen die we in de Byzantijnse kunst zien. En ook de os en ezel stammen niet uit het kerstevangelie, maar  uit het oude testament (De  profeet Jesaja 1.3).

Dieren rond de kerststal

De os en ezel.
Zij behoren tot de eerste getuigen van de geboorte van Jezus. Ze zijn al te zien op de vroegste afbeeldingen. Ze komen niet voor in het Kerstevangelie, maar stammen uit het Oude Testament. Naar het woord van de profeet Jesaja: “De os kent zijn eigenaar, een ezel de krip van zijn meester, maar Israël weet van niets, mijn volk heeft geen begrip.” Later worden de dieren ook genoemd als symbool voor het jodendom (de os) en het heidendom (de ezel). Omdat de os ook wordt gezien als een “rein” dier, wordt hij meestal aan de kant van Maria gezet in de stal en de ezel bij Jozef.

Nog een leuk weetje: volgens één van de etymologische verklaringen is het woord “schorriemorrie” mogelijk ontleend aan het Jiddisch. Het Hebreeuwse “sjorim we chamorim”(ossen en ezels) zou aan de basis liggen.

Naast de os en ezel zien we ook veel andere dieren in de kerststal:

Allereerst zijn daar de herders met hun schapen. Maar ook geiten behoren soms tot de kudde. Lammeren en schapen zijn van oudsher bekend als offerdieren en staan symbool voor onschuld en geduld. Symbolisch staan schapen ook voor mensenzielen. Jezus wordt ook wel het “Lam Gods” genoemd en in oude kerstgroepen ligt soms een offerlam voor de kribbe, om te laten zien wat dit Kind nog te wachten staat.

In het Erzgebirge Duitsland, zien we ook reeën bij de herders.
Bij herders en schapen hoor ook de hond. De hond is een van de oudste huisdieren en staat symbool voor trouw.

De Drie Koningen brengen ieder hun eigen vervoermiddel mee. De kameel, ook wel het schip der woestijn genoemd, staat voor goede waarneming, gehoorzaamheid en genoegzaamheid en vertegenwoordigt het werelddeel Azië. De Olifant, staat voor kracht, uithoudingsvermogen en geduld en vertegenwoordigt het werelddeel Afrika. (In andere landen zijn deze werelddelen soms verwisseld en dan is de olifant van de Aziatische soort en heeft dus kleine oren.) Het paard, het trotse, koninklijke dier , vertegenwoordigt het werelddeel Europa.

In het Alpengebied (voordat kamelen bekend waren) verschenen de paarden al heel vroeg als rijdier voor alle drie de koningen.  Ze hadden drie kleuren:  de witte schimmel voor Melchior, het bruine paard voor Balthasar en het zwarte voor Caspar.

De duif staat symbool voor vrede. Ook de Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als een witte duif. Duiven werden ook gebruikt als offerdier. (Lucas 2,24) Bij de toewijding van Jezus in de tempel: “Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

De gans komt veel voor in de Kerstgroepen in Italië, Frankrijk en Tsjechië en staat symbool voor de ziel, trouw en waakzaamheid.

De uil vinden we soms ook in de Kerstgroep en staat symbool voor wijsheid.

De haan maakt veelal deel uit van de Kerstgroep in Portugal. Aan de haan, het nationaal symbool van Portugal, zit een legende verbonden van een pelgrim die op doorreis naar Santiago de Compostella aan komt in het stadje Barcelos, in de Minho. Hij wordt hier valselijk beschuldigd van diefstal. Tegenover de rechter houdt de pelgrim vol dat hij onschuldig is. De rechter, die een gebraden haan aan het verorberen is, veroordeelt hem toch. Hierop voorspelt de pelgrim dat de haan op het bord van de rechter drie keer zal kraaien als bewijs van zijn onschuld. Op het moment dat men de pelgrim wil ophangen, kraait de haan inderdaad en wordt de pelgrim vrijgelaten. De haan staat symbool voor onvoorstelbaar veel geluk. Ook wordt de haan gezien als een verwijzing naar de verloochening van Jezus door Petrus.

In kerstgroepen uit Tsjechië is bijna altijd een karper te vinden. De karper is, zoals bij ons een kalkoen of konijn, een dier dat veel met kerst wordt gegeten. Hij moet wel vers zijn dus wordt hij thuis in een badkuip, tot kerst, in leven gehouden.

Het varken staat symbool voor vruchtbaarheid en welvaart en is soms te vinden in de Italiaanse Kerstgroep.

De lama vinden we in de Peruaanse Kerstgroep, soms in plaats van de os en ezel.

In de Afrikaanse landen zijn os en ezel ook vervangen door bekendere dieren aldaar, een karbouw en een tapir bijvoorbeeld en ook de giraf en zebra komen weleens voor.

Zo heeft iedere cultuur zich het Kerstverhaal “eigen” gemaakt.

Engel(en)

Engel.
Engelen zijn volmaakte, spirituele wezens, ook wel zuivere geesten genoemd, die liefdevol bemiddelen tussen God en de mens. De naam is afgeleid van het Griekse “aggelos”, wat “bode” betekent. Ze worden meestal afgebeeld als een menselijke gestalte met vleugels. In de bijbel worden zij met verschillende namen genoemd. Bijvoorbeeld in Genesis 3:24 Cherubs, in Efeziërs 1:21 Hemelse vorsten, in Kolossenzen 1:16 engelen en in Romeinen 8:38 aartsengel. Een engel verkondigde ook de geboorte van Jezus aan de herders in het veld. Vaak afgebeeld met een banier met de tekst “Gloria in Excelcis Deo” of “Eer aan God in den hoge”.

De aartsengelen zijn de boodschappers van God. Michaël, Rafaël en Gabriël zijn de meest voorkomende namen, maar ook Uriël, Selafiël, Jehudiël en Barachiël komen voor, met name op iconen.

Michaël.
“Wie is als God” is de betekenis van de naam. Hij staat aan het hoofd van de aartsengelen en van de engelenorde. Wordt vaak afgebeeld met een palmtak in zijn linker- en een speer in zijn rechterhand, terwijl hij de duivel vertrapt. Hij bevecht het kwaad, zoals in Openbaringen 12:7 staat.

Rafaël. De betekenis van deze naam is “God geneest”. Hij wordt genoemd in het boek Tobit (hoofdstuk 6). De zoon van Tobit, Tobias, geneest zijn vader van zijn blindheid met de gal van een vis, door toedoen van de engel Rafaël. Rafaël wordt daarom soms afgebeeld met een vis, of met een kruik met geneesmiddelen.

Gabriël.
“God is mijn kracht”, of “de machtige van God”. Hij is de brenger van goed nieuws. Hij verscheen aan Zacharias om de geboorte van Johannes de Doper te verkondigen. En aan de maagd Maria om de boodschap te brengen dat zij zwanger zal worden, de annunciatie of Maria-Boodschap (25 maart). Hij wordt in vroege afbeeldingen gezien met een zwaard, maar later afgebeeld met een lelie in de hand.

Uriël.
“Vuur van God”. Hij kwam Noach de zondvloed aankondigen. En was de cherub die met een vurig zwaard de poort van Eden bewaakte.

Engelenscharen.
Dionysius de Areopagiet beschreef in 500 na Chr. de zgn. hiërarchie  der engelen. Deze werd overgenomen door paus Gregorius de Grote(ca.540-604) en in de westerse theologie ingevoerd.  De negen rangen zijn in drie groepen van drie verdeeld: engelen, aartsengelen en vorstendommen ( de laagste rang), dan de machten, krachten en heerschappijen, tot slot  de tronen, cherubijnen en serafijnen (de hoogste rang, het dichtst bij de troon van God). Het hemelse leger (de vorsten of machten) worden vaak afgebeeld als strijders. Ook in het testament van Adam uit ca. 400 v.Chr. staat een soortgelijke beschrijving van de orde der engelen.

Lucas vertelt in zijn evangelie bij de verkondiging aan de herders, dat zich een groot hemels leger bij de engel voegde, dat God prees met de woorden: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.”(Lucas 2:13-14)

Putti.
Verder kennen wij nog de vertederende mollige peuterfiguurtjes, de zogenaamde Putti. Bijna altijd mannelijk en meestal naakt. De putto wordt ook wel amoretto genoemd. Ze zijn er mèt en zonder vleugeltjes. Die met vleugeltjes worden ook wel cherubijntjes genoemd. Komen vooral voor in de renaissance-, barok- en rococo- beeldhouw- en schilderkunst.

Herberg

De herberg in het kerstverhaal is vol. Door de volkstelling, die in Bethlehem plaatsvindt, is er geen plek voor de hoogzwangere Maria en Jozef.

Het Griekse woord dat hier in de Bijbel staat, werd traditioneel vertaald met herberg, maar betekent niet specifiek herberg. Het heeft een algemenere zin, van plek om (als gast) te verblijven, onderkomen, en het ook kan slaan op een vertrek binnen een gebouw of op het gebouw als geheel, zoals een gastenverblijf van een stad of een herberg.

In het Evangelie van Lucas lezen wij in het Kerstverhaal dat “voor hen geen plaats was in de herberg” (Luc. 2: 7). Een karavanserai is een groot, vierkant gebouw, rondom een binnenplaats waar hier gezadelde kamelen zijn; op de binnenplaats is meest een overdekte put, waar de lederen zakken gevuld kunnen worden. Deze karavanserai heeft om de binnenplaats een zuilengalerij: onder de bogen ziet men de dieren. Een stenen trap leidt naar boven: op een vloer van houten balken is daar een verdieping waar kleine kamerties zijn als logeervertrekken in de herberg voor de reizigers. Over de balustrade hangen matrassen, die als “bedden” gebruikt kunnen worden.

Wat nu de herberg betreft, bedoeld in Lucas 2: 7, daarover zijn de meningen verdeeld.  Sommigen denken bij dit “herberg” aan de gewone Oosterse herberg. Volgens hen konden Jozef en Maria geen plaats vinden in het overdekte gedeelte, en moesten zij een plek zoeken op het open stuk, in de binnenhof. De meeste uitleggers verwerpen deze opvatting. Wat is dan wel de betekenis van herberg in Lucas 2: 7? Daarbij zijn er 3 opvattingen.

a. De herberg zou zijn het huis, waar Jozef als Bethlehemiet eigenaar van was, en dat tijdens zijn afwezigheid tijdelijk aan anderen verhuurd was. Bij Jozefs terugkeer in Bethlehem nam hij daar toch tijdelijk zijn intrek; het was zijn herberg. Toen voor Maria de ure kwam, kon zij in het overvolle huis niet blijven; zij trok zich terug in dat deel van het gebouw, dat als stal gebruikt werd.

b. Elk huis, waar een vreemde tijdelijk zijn intrek nam, was voor hem een herberg. In Lucas 2: 7 moeten wij denken aan een gewone fellahwoning. In zulk een boerenwoning is een verhoogd deel, waar de mensen, een lager deel, waar de dieren verblijf houden. Daar, in dat lagere gedeelte, zou voor Jozef en Maria een plaatsje zijn geweest. Aan weerszijden van het trapie, dat naar boven leidt, zijn voederbakken; één daarvan zou de kribbe geweest kunnen zijn.—Beide groepen van uitleggers leggen er de nadruk op. dat vers 6 zegt: “als zij daar waren”; niet “als zij daar kwamen”. Maria en Jozef kunnen voor de geboorte al geruime tijd in Bethlehem vertoefd hebben, en dan is het verblijf in een huis voor de hand liggend.

c. De voorstelling der traditie: de geboorte had plaats in een grot, als schaapskooi gebruikt. Het is in Palestina niets ongewoons, dat mensen de nacht in een stal doorbrengen; zulk een warme stal was een betere verblijfplaats voor Maria in de toestand, waarin zij zich bevond, dan de herberg. Wanneer wij ons houden aan de traditie, kunnen wij ons de gang der dingen als volgt voorstellen: Jozef en Maria komen in Bethlehem. Alle huizen zijn vol. Ook in de herberg is geen plaats. Men wijst hen de grot, als schaapskooi benut. Voor deze opvatting pleit, dat de engel straks tegen de herders zegt, dat zij het kindeke zullen vinden in een kribbe, in de stal, waarheen zij gewoon waren hun schapen te drijven.

Bijbelevermelding

Lukas 2:
Ook Jozef ging op reis. Hij reisde van de stad Nazaret in Galilea naar Betlehem in Judea. Dat was de stad waar vroeger koning David geboren was. Jozef was namelijk uit de familie van koning David. Daar moest hij zich laten inschrijven, samen met Maria met wie hij was verloofd. Maria was in verwachting.
Toen ze daar waren aangekomen, werd het kind geboren. Het was haar eerste kind, een zoon. Maria wikkelde Hem in een doek en legde Hem in een voerbak van de dieren. Want in de herberg was voor hen geen plaats.
Herders

Herders waren mensen op wie men neerkeek, ze leefden buiten en werden als ruig volk gezien. Toch meldden zij zich als eerste bezoekers bij het pasgeboren Kind. Een engel had hen de boodschap gebracht, terwijl zij bij hun schapen in het veld de wacht hielden. Tot hun grote schrik overigens, maar de engel stelde hen gerust: “Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is jullie een redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie een teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.”

De herders gingen op weg naar Bethlehem. Lucas vermeldt niet dat zij hun schapen ook mee namen. En een bekend kerstlied verhaalt ook : “De herders bevalen te weiden, hun schaapkens aan d’engelenschaar…..” Maar ja, het staat natuurlijk wel knus, al die beestjes bij de stal. En om er nog wat symboliek bij te brengen, mag ook het zwarte schaap niet ontbreken!

Bijbel
In de bijbel wordt het volgende verhaal over de herders verteld:

Lucas 2

Diezelfde nacht waren er buiten de stad herders in het veld. Ze hielden de wacht bij hun schapen.  Plotseling stond er een engel van de Heer God bij hen. De stralende aanwezigheid van God was om hen heen. Ze schrokken hevig en waren bang.  Maar de engel zei tegen hen: “Jullie hoeven niet bang te zijn. Want ik breng jullie goed nieuws. Dat goede nieuws is voor het hele volk:  Vandaag is in de stad waar vroeger koning David geboren is, de Messias geboren. Hij is de Redder, de Heer.  Dit is voor jullie het teken dat het waar is wat ik zeg: jullie zullen een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.” Plotseling waren er bij de engel nog heel veel meer engelen.  Ze prezen God en zeiden: “Prijs God in de hoogste hemel! Vrede op aarde voor de mensen waar God blij mee is!”  Toen gingen de engelen naar de hemel terug.

De herders zeiden tegen elkaar: “Kom, we gaan naar Betlehem! We gaan kijken naar wat de Heer God ons heeft verteld!” Ze gingen haastig op weg. En ze vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag.  Toen gingen ze aan iedereen vertellen wat de engel hun over dit kind had gezegd.  Iedereen was erg verbaasd over hun verhaal.  Maria onthield alles wat ze hadden verteld en dacht er over na in haar hart. De herders gingen terug naar hun schapen en prezen en dankten God voor alles wat ze gezien en gehoord hadden. Alles was zoals de engel tegen hen had gezegd.

Herders in de kerstgroep

Bij de meeste kerstgroepen zien we drie herders. In drie verschillende leeftijden. Een jonge man van 20, een sterke volwassen man van 40 en een grijsaard van 60 (wat tegenwoordig nog jong is trouwens). De oudste herder gekield voor het Kind, met een mandje geschenken. De 40 jarige, met zijn hoed in de hand. Soms met een lam op de schouders, verwijzend naar het verhaal van de goede herder. De mooie jongeling vaak blootvoets, staat symbool voor kracht en energie, is nieuwsgierig en een beetje brutaal, maar zie je soms ook liggend of slapend afgebeeld.

In het Alpengebied hebben de heren zelfs een naam gekregen: Cyriakus of Hanns voor de oudste, Achad of Stöffl  voor de middelste en Misael of Riappl voor de jongste herder.

Verder zien we bij deze meer uitgebreide groepen ook musicerende herders, met de schalmei, fluit en doedelzak. Ze staan niet op de voorgrond, maar wat achteraf, om het hemelse gezang van de engelen niet te overstemmen. Soms zijn er ook herderinnen met een kan water of melk of andere gaven, zoals brood, fruit of doeken voor het Kind. Bijna alles heeft een symbolische betekenis. Zo staat het water symbool voor het doopwater dat de erfzonde wegwast en voor Jezus, die het Levenswater is.

Huiszegen Driekoningen

Driekoningen was vroeger traditioneel een doopdag. Ter herinnering aan de doop vindt met Driekoningen de wijding van het water plaats. Die dag wordt er ook krijt gezegend door de priester. Bij deze huiszegen schrijft men in vele landen met het gezegende krijt de letters “C+M+B” op de deur, waarbij men hoopt alle kwaad op afstand te kunnen houden.

De letters staan voor de Latijnse zegenspreuk “Christus Mansionem Benedicat”, dat betekent “Christus zegene dit huis”. De letters verwijzen ook naar de initialen van Caspar, Melchior en Balthasar, de drie wijzen uit het oosten, die mede achtergrond geven aan dit gebruik. Zij zijn de eerste niet-Joden (‘heidenen’) aan wie Christus zich heeft geopenbaard. De gebruikelijke vorm is xx+C+M+B+yy, waarin voor ‘xx’ de eerste twee cijfers van het jaartal worden ingevuld en voor ‘yy’ de laatste twee cijfers. De ‘+’ staat voor een kruisteken.

Er zijn meerdere bete­ke­nissen die wor­den toegekend aan de letters C+M+B op de huis­ze­gen:

Caspar Melchior Balthasar

De letters C+M+B wor­den in ver­band gebracht met de namen die vanuit de traditie aan de wijzen uit het oosten zijn gegeven: Caspar, Melchior en Balthasar.

Christus Mansionem Benedicat

Maar deze letters betekenen nog meer. Zij zijn ook de begin­let­ters van de zegen­tekst “Christus Mansionem Benedicat”, ver­taald “Christus zegene dit huis”.

Cana Magi Baptisma

De letters wor­den ook in ver­band gebracht met de drie­vou­dige open­ba­ring van de Heer. Kerst­mis is het feest van de open­ba­ring aan alle mensen. Deze open­ba­ring van God wordt gevierd met Drie­ko­nin­gen, bij het feest van de Doop van de Heer en bij het eerste won­der van Christus in Kana. Zo wijzen de letters ook naar deze feesten: de bruiloft in Kana (Cana), de aanbid­ding van de Wijzen (Magi) en de Doop van de Heer in de Jordaan (Baptisma).

Jozef

Jozef is de man van Maria, de moeder van Jezus. De naam Jozef is afkomstig uit het Hebreeuws en betekent “De Heer moge toevoegen”.

In het kerstverhaal in Lucas is er een bescheiden plaats voor Jozef ingeruimd. In Matteüs komt zijn naam een aantal keer voor in het verhaal rond de geboorte van Jezus.
Hij is een afstammeling van David. Hij is timmerman (Matteus 13,55) en woont in Nazareth. Hij is een rechtschapen mens en hij zorgt goed en liefdevol voor Maria en haar kind. Meer weten we eigenlijk niet van hem.

Jozef wordt voor de laatste keer in de Bijbel genoemd, toen Jezus 12 jaar oud was en in de tempel achterbleef. Tijdens Jezus’ verdere optreden wordt Jozef niet genoemd, behalve om Jezus aan te duiden als Jozefs zoon, de zoon van de timmerman. Maria was aanwezig toen Jezus werd gekruisigd. Toen Jezus haar zag staan naast “de leerling van wie hij veel hield”, verklaarde hij hen moeder en zoon. Vanaf dat moment nam deze leerling Maria in huis. Mede om deze passage wordt verondersteld dat Jozef toen al overleden was. De kerkvader Hiëronymus stelde dat Jozef al voor de doop van Jezus was gestorven.

Het feest van Sint-Jozef wordt gevierd op 19 maart (Jozef als bruidegom van de Heilige Maagd Maria). Als 19 maart in de Goede Week of op Palmzondag valt, wordt het hoogfeest van Sint-Jozef verplaatst naar de zaterdag voor Palmzondag. Als 19 maart op een zondag in de veertigdagentijd valt, wordt de viering verplaatst naar maandag 20 maart.

Jozef wordt ook wel een goede makelaar genoemd. Hij is de beschermheilige van ons huis. Sommige huizenverkopers begraven een Jozefbeeldje in de voortuin, om zo hun huis sneller te verkopen. Het huis zou dan binnen drie maanden verkocht worden.  Het beeldje moet dan wel op z’n kop en met het gezicht naar het huis worden begraven. Als de woning verkocht is, wordt het beeldje opgegraven en krijgt een mooie plek in huis.

De heilige Jozef (“Sint-Jozef”) is de patroonheilige van de timmerlieden en arbeiders in het algemeen. Verder is hij patroonheilige van België en Canada en wordt hij aangeroepen als patroon van maagden, religieuze communiteiten, echtgenoten, het huisgezin en van stervenden.

In kerstgroepen is Jozef vaak herkenbaar doordat hij een brandende lantaarn of kaars in de hand, waarbij hij de vlam met de andere hand afschermt. Hiermee wordt verwezen naar Jezus als Licht van de wereld en Jozef is dan de beschermer van het Licht.

Bijbelverhaal over Jozef

Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens.  Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus  noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “
Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.

Toen de wijzen waren vertrokken, zag Jozef in een droom een engel van de Heer God. De engel zei: “Sta onmiddellijk op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar totdat Ik je zeg dat je terug mag komen. Want Herodes zoekt naar het kind. Hij wil het doden.” Toen stond Jozef ’s nachts op en vluchtte met het kind en Maria naar Egypte. Daar bleef hij totdat Herodes was gestorven. Zo gebeurde wat de Heer God vroeger al door de profeet Hosea had gezegd: ‘Ik heb mijn Zoon uit Egypte geroepen.’

Toen Herodes was gestorven, zag Jozef in Egypte in een droom een engel van de Heer God. De engel zei: “Ga met het kind en zijn moeder terug naar Israël. Want de mensen die Hem wilden doden, zijn gestorven.” Jozef reisde met het kind en Maria terug naar Israël. Maar hij durfde niet in Judea te gaan wonen. Want Herodes’ zoon Archelaüs was de nieuwe koning van Judea geworden. En God waarschuwde Jozef in een droom ook voor hem. Daarom ging hij naar het gebied Galilea. Daar ging hij in de stad Nazaret wonen.

Kerstgroep opstellen

Het Kind

In de oudste voorstellingen van de geboorte van Jezus laten Hem zien als het Kind, liggend in een kribbe, in doeken gewikkeld. Hij is de centrale persoon in de voorstelling. Alle aandacht gaat naar Hem uit. Zo zal het ook moeten zijn in onze kerststallen: het Kind is degene naar wie alle anderen gericht zijn. Het is dan ook belangrijk dat het Kind in onze kerststal goed te zien is, zeker ook door kinderen die voor de kerststal staan, en dat Hij niet verdwijnt achter andere figuren

De os en de ezel

In onze kerststallen komt de os en de ezel een belangrijke plaats toe, vanwege hun verwijzende rol naar degenen die in het Kind van Betlehem God (er)kennen. Daarom zullen zij dicht in de buurt van het Kind blijven, bij voorkeur – zoals in de Oudchristelijke tijd – direct achter het Kind.

Maria en Jozef

In onze kerststallen komt aan Maria en Jozef een ereplaats toe. Vaak zijn zij zó gemaakt dat ze richting het Kind kijken, met een eerbiedige houding. Vanuit de kijkrichting geldt dat Maria aan de linkerkant van het Kind in de kribbe wordt opgesteld en Jozef rechts.

Herders

De herders zijn de eersten die geroepen worden om bij het Kind te komen. Zij waren Joden. Jezus is allereerst gekomen voor zijn eigen Joodse volk.
Om dit uit te drukken, is het zinvol om de herders in de kerststal ook bij elkaar te plaatsen. Vaak is er een oudere herder die knielt. Dit drukt aanbidding uit. Die knielende herder komt het best tot zijn recht als hij ten opzichte van zijn ‘collega’s’ het dichtst bij het Kind wordt neergezet.

De Wijzen

Evenals de herders verdient het aanbeveling om de Wijzen/Koningen – al of niet met hun kameel en kameeldrijver – bij elkaar te plaatsen, en wel zo dat de volgorde van de leeftijden wordt aangehouden: het eerst (het dichtst bij het Kind) de ouderdom, vervolgens de middelbare en ten
slotte de jeugdige leeftijd.

Engel

De engel verkondigde de geboorte van de Redder aan de herders. Veelal afgebeeld met de tekst „Gloria in excelsis Deo‟ of „Eer aan God in den hoge‟ drukt de engel uit waartoe wij ten diepte onze kerststallen opstellen: tot eer van God, om Hem te danken voor zijn menswording voor heel de mensheid.

Bron: Nieuwsbrief van het Aartsbisdom Utrecht, nr. 27 (16 november 2011)

Kribbe

Kribbe (of krib) is een oud Nederlands woord voor voerbak of voederbak. Het woord is vooral bekend omdat in het geboorteverhaal van Jezus volgens Lukas te lezen valt dat Jezus na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd: En Maria baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in de voederbak, omdat voor hun geen plaats was in de herberg.

Hoewel het Griekse woord dat met kribbe of voederbak wordt vertaald, een enkele keer wel eens gebruikt wordt voor stal, zijn de uitleggers het erover eens dat het hier om een voerbak of voedertrog voor dieren gaat. De discussie gaat over het juiste Nederlandse woord om die zaak te benoemen. De meeste Nederlanders kennen het woord alleen maar als ze vertrouwd zijn met oudere vertalingen, kerstliedjes en dergelijke.

Het is altijd interessant om te kijken wat een woord betekent, zo lezen we in dit overbekende vers dat Maria haar kind Jezus in een phatnē legt. Alle vertalingen vertalen het met “kribbe, voederbak, voerbak”. Maar Joden zullen nooit een kind in een voerbak in een stal zouden leggen, het lijkt veel aannemelijker dat het hier om een broodbak ging, waarin brood werd opgeborgen. Andere vertalers vinden de aanduiding voederbak of trog beter.

Het komt vaker voor dat een woord een dubbele betekenis heeft en voor de vertaling van ons vers is het dus van belang uit welke van de twee betekenissen gekozen moet worden. Het lijkt logisch dat Maria Jezus ergens inlegt, maar omdat ze niet in een huis waren (want er was geen plaats in de herberg) is het ook logisch dat Jozef en Maria geprobeerd hebben een plek te vinden waar ze konden overnachten en waar Maria redelijk veilig kon bevallen. Het is dus heel goed mogelijk dat dit dus een stal was.

Maria

Van Maria lezen we in de evangeliën alleen dat ze een meisje uit Nazareth was en uitgehuwelijkt aan Jozef. Dat ze een nicht heeft die Elisabeth heet en die de vrouw is van Zacharias. Volgens overlevering is zij een dochter van Joachim en Anna. Haar geboorte wordt gevierd op 8 september.

Op de oudste afbeeldingen ligt Maria op een soort kraambed en zit Jozef met de hand onder het hoofd. In de Byzantijnse kunst ontstaan de iconen, waarop ook vroedvrouwen te zien zijn, die het Kind wassen.

Maria is meestal gekleed in de kleuren wit, rood en blauw, die symbool staan voor reinheid, goddelijkheid en trouw. De jurk is dan rood, de sluier wit en de mantel blauw. Variaties hierop worden ook gezien.

Maria wordt voor de kijker links in de stal geplaatst en Jozef aan de rechterkant. Maar er zijn veel schilders en andere beeldend kunstenaars die dat andersom laten zien.

De knielende Maria met losse, blonde haren is ontleend aan de beschrijving van het visioen, dat Brigitta van Zweden in 1372 kreeg bij haar bezoek aan de geboortegrot in Bethlehem. Zij zag hoe de maagd Maria zich voorbereidde op de geboorte en beschrijft  als volgt:  “Toen nam zij de sluier van haar hoofd en legde die naast zich neer. Zo bleef ze daar bezig, alleen met de tunica bekleed. Haar wondermooie, gouden haren vielen los langs haar schouders….. En toen alles aldus was voorbereid, knielde de Maagd in grote godsvrucht neer en plaatste zich in gebedshouding.”

BIJBEL

In de bijbel staat o.a. het volgende over Maria te lezen:

Lucas 1

Toen Elizabet zes maanden in verwachting was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazaret. Dat is een stad in Galilea.  Hij ging naar een jonge, ongetrouwde vrouw die nog maagd was. Ze was verloofd met Jozef en nog nooit met hem naar bed geweest. Jozef was uit de familie van koning David  . De vrouw heette Maria.  De engel ging haar huis binnen en groette haar. Toen zei hij: “God heeft jou uitgekozen. God is met je.”  Ze schrok toen ze hem zag. Ook was ze geschrokken van zijn woorden. Ze vroeg zich af wat de engel bedoelde.  De engel zei tegen haar: “Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Want God wil goed voor jou zijn.  Je zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus (= ‘God redt’) noemen.  Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David  .  Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.”

Maria zei tegen de engel: “Hoe kan dat gebeuren? Want ik ben nog niet getrouwd.”  De engel zei: “De Heilige Geest zal bij je komen. De kracht van de Allerhoogste God zal over je komen. Daardoor zal er een heilig kind in je ontstaan. Hij zal daarom ‘Zoon van God’ worden genoemd.  Je nicht Elizabet is ook in verwachting van een zoon. Ze is al oud en iedereen dacht dat ze geen kinderen kon krijgen. Maar nu is ze al zes maanden in verwachting.  Want voor God is niets onmogelijk.”  Maria antwoordde: “Ik wil de Heer God gehoorzaam zijn. Laat Hij met me doen wat u heeft gezegd.” Toen ging de engel bij haar weg.

Moederkroontje

In Rwanda was gebruikelijk, dat als een vrouw haar eerste kind had gebaard ze een “Moederkroontje” kreeg, gemaakt van Sorgo blad (een grassenfamilie).
Maria draagt op de getoonde afbeelding ook zo’n kroontje.

Ster

De ster, die boven de stal van Bethlehem stond, leidde de wijzen naar de plaats van de geboorte. Het verhaal van de ster heeft velen geïnspireerd. Kunstschilder Giotto di Bondone schilderde hem in zijn befaamde fresco uit 1305 als komeet, hangend boven de stal waar de drie wijzen hun eer betoonden aan het pasgeboren kind.

Verschillende verschijnselen aan de hemel kunnen hebben geleid tot het Bijbelverhaal over de ster boven Bethlehem. Astronomen hebben meerdere wetenschappelijke verklaringen voor de heldere ster.

  • Een komeet:
    In 5 v.Chr. observeerden Chinese astronomen een hele reeks kometen die aan de oorsprong van de ster van Bethlehem zouden hebben gestaan.
  • Een conjunctie:
    Conjunctie is een optisch bedrog dat optreedt als twee planeten elkaars baan kruisen. Vanaf de aarde lijkt het dan alsof ze samensmelten tot één stralend hemellichaam. In 7 v.Chr. vonden er maar liefst drie conjuncties van Jupiter en Saturnus plaats.
  • Een supernova
    Er zijn geen supernova’s bekend rond de tijd van de geboorte van Jezus, maar astronomen sluiten niet uit dat er eentje ten grondslag heeft gelegen aan het verhaal over de ster van Bethlehem.

In de bijbel staat hierover:

Jezus werd geboren in Betlehem in Judea. Toen Hij geboren was, kwamen wijze mannen uit het Oosten naar Jeruzalem. In die tijd was Herodes koning.  Ze vroegen: “Waar kunnen we de koning van de Joden vinden die kort geleden is geboren? We hebben in het Oosten zijn ster zien opgaan. 

Na het bezoek aan Herodus, reizen de wijzen verder:
De ster die ze in het Oosten hadden gezien, ging voor hen uit. Hij bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze de ster daar zagen, waren ze erg blij.

Wiegen en kindje wiegen

Kerstwieg.

Deze eikenhouten Kerstwieg uit ca. 1520, staat in het Rijksmuseum in Amsterdam en is vermoedelijk gemaakt door Jan Borreman II uit Brussel. In de Kerstwieg is veel symboliek verwerkt. De pilasters staan voor het Oude en het Nieuwe Testament, het voetstuk voor het fundament van het geloof. De soms voorkomende belletjes aan de wieg, dienen om de boze geesten te verjagen. (Op sommige kerkklokken staat “Demones fugito” te lezen – “ik verjaag de duivels”)

De ivoren Kerstwieg, uit ca. 1600, staat in het Rheinisches Landesmuseum in Trier. Aan het hoofdeinde staan Maria en Jozef. Aan het voeteneinde de Drie Koningen. Op de pilasters Engelen. Naast Johannes de Doper en de Heilige Barbara zijn er nog een aantal niet te definiëren figuren uitgebeeld.

Kindje wiegen.

In zusterkloosters, maar ook in parochiekerken,  werd de Kerstwieg met een Jezuspopje mee naar de Kerstnachtmis genomen. Als de priester het wiegje op het altaar begon te wiegen en een religieus wiegelied zong, deden de parochianen dat ook met hun meegebrachte wiegjes. De kerk was dan gevuld met gezang en geklingel van de belletjes aan de Kerstwiegjes. Een tekst uit 1604 doet verslag van dit “Kindeke wiegen” in de Oude Kerk in Amsterdam, waarbij ook kinderen aanwezig waren.

Tegenwoordig wordt deze eeuwenoude traditie binnen de Rooms Katholieke kerk, het “Kindje wiegen” in veel parochies gevierd op 1e Kerstdag ’s middags. Het is vooral bedoeld voor de allerjongste kinderen, voor wie een gewone viering een te lange zit is. Zo kunnen zij op een ongedwongen manier kennismaken met het Kerstverhaal, dat voor hen wordt uitgebeeld door kinderen. Soms met een echte baby, met de gelukkige ouders in de rol van Maria en Jozef.

Wijzen

Jezus werd geboren in Betlehem in Judea. Toen Hij geboren was, kwamen wijze mannen uit het Oosten naar Jeruzalem. In die tijd was Herodes koning.  Ze vroegen: “Waar kunnen we de koning van de Joden vinden die kort geleden is geboren? We hebben in het Oosten zijn ster zien opgaan. We zijn gekomen om Hem te eren en Hem geschenken te brengen.” Dit was een grote schok voor koning Herodes en de bewoners van Jeruzalem. Herodes liet de leiders van de priesters en de wetgeleerden van Jeruzalem bij zich komen. Hij wilde van hen weten waar de Messias geboren zou worden. Ze antwoordden: “Hij wordt in Betlehem in Judea geboren. Want de profeet Micha heeft opgeschreven: ‘En jij, Betlehem in het land van Juda, jij bent minstens zo belangrijk als de grote steden van Juda. Want in jou zal iemand geboren worden die mijn volk Israël als een herder zal leiden.’ “

Toen liet Herodes in het geheim de wijze mannen bij zich komen. Hij wilde heel precies van hen weten wanneer ze de ster voor het eerst hadden gezien. Daarna stuurde hij hen naar Betlehem. En hij zei tegen hen: “Ga dat kind zoeken. Als jullie het hebben gevonden, moeten jullie het mij laten weten. Want dan ga ik ook naar Hem toe om Hem te eren en Hem geschenken te brengen.” Zo vertrokken ze.

De ster die ze in het Oosten hadden gezien, ging voor hen uit. Hij bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze de ster daar zagen, waren ze erg blij.  Ze gingen het huis binnen en vonden daar het kind met zijn moeder Maria. Ze knielden voor Hem neer en aanbaden Hem. En ze gaven Hem dure geschenken: goud, wierook en mirre. En God waarschuwde hen in een droom om niet naar Herodes terug te gaan. Daarom reisden ze langs een andere weg naar hun land terug.

De wijze mannen uit dit bijbelverhaal zijn in de loop der jaren in de traditie aangepast in de ‘Drie koningen’.

‘Driekoningen’, ‘Epifanie’ of ‘Openbaring van de Heer’ is een christelijke feestdag die elk jaar op 6 januari wordt gevierd. Op deze dag vieren de christenen het bezoek van drie wijzen aan het kind Jezus in Bethlehem. Een wonderlijke ster heeft hen tot hem geleid. ‘Driekoningen’ is een typische benaming van het volk. Het wijkt af van hetgeen er in het evangelie volgens Matteüs staat. Hierin is geen sprake van koningen maar van wijzen, en bovendien wordt er geen aantal genoemd.

In de negende eeuw kregen de drie ‘koningen’ ook een naam: Gaspar, Melchior en Balthazar. Zij werden als vertegenwoordigers van de drie mensenrassen en van de drie toen bekende werelddelen aangezien.

Rond het feest van ‘Driekoningen’ bestaan er van oudsher vele volkse gebruiken. Een aardig gebruik is dat de kinderen op of rond ‘Driekoningen’ – verkleed als Gaspar, Melchior en Balthazar – van huis tot huis Driekoningenliederen gaan zingen en hiervoor van de toehoorders wat zakgeld of snoep krijgen.

Een gebruik in nog veel gezinnen is, dat men een boon stopt in het deeg van koek of oliebollen: wie de boon vindt in zijn koek of oliebol mag die dag koning zijn en het menu samenstellen. Een ander gebruik is het houden van volkse spelen en optochten. In sommige streken in Vlaanderen is het Driekoningenfeest uitgegroeid tot een carnavalesk, uitbundig volksfeest. Met dit feest wordt ook de kersttijd besloten.

In Spanje wordt Driekoningen (Los Reyes Magos) gevierd als Sinterklaasdag en krijgen kinderen cadeautjes, omdat op deze dag de wijzen uit het oosten ook geschenken aan het kindje Jezus gaven. Volwassenen geven elkaar vaak een kleinigheid in de vorm van een grapje. De dag ervoor wordt in bijna alle plaatsen een Driekoningenoptocht (Cabalgata de Reyes Magos) georganiseerd, vergelijkbaar met de intocht van Sinterklaas. De scholen zijn die dag gesloten en de bakkers bakken een speciaal gebak in de vorm van een “o” (de roscón de Reyes of rosca de Reyes, de ring van de Koningen).

In Duitsland heet dit feest ‘Erscheiningsfest’ en is het in sommige deelstaten een officiële feestdag. In Vlaanderen (Antwerpen) is het op de eerste maandag na de zondag na ‘Epifanie’ Verloren Maandag.

De oosters-orthodoxe christenen vieren op deze dag de doop van Jezus in de Jordaan. Toen maakte een stem vanuit de hemel openbaar, dat Jezus de Heer, de Messias is. Toen begon Jezus zijn openbare optreden. De katholieke christenen vieren de doop van Jezus een week later. Het derde ‘moment’ waarop openbaar wordt dat Jezus de Heer is, is de bruiloft in Kana: hier geschiedt dit echter niet door de Vader middels een ster of een stem, maar door Jezus zelf middels het wijnwonder.

Ga naar de bovenkant