Kerstverhaal in de bijbel

Het verhaal, zoals het wordt uitgebeeld in de Kerstgroep, is een combinatie van de evangeliën van Lucas en Mattheus. Er zijn 4 evangelisten, maar niet alle vier schrijven over de geboorte van Jezus.

Marcus, waarvan inmiddels bekend is dat zijn teksten rond het jaar 65 zijn opgeschreven, vertelt geen geboorteverhaal, maar laat Johannes de Doper vertellen over degene die na hem komt. Hij zegt, “ik heb u met water gedoopt, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”

Johannes, wiens teksten dateren van rond het jaar 95, vertelt in zijn Proloog over het “Licht”, dat door de duisternis niet werd aangenomen. En over de getuigenis van Johannes de Doper.

Mattheus en Lucas, die rond de jaren 80/85 schreven, zijn de vertellers van ons Kerstverhaal.

Mattheus geeft eerst een overzicht van de afstamming van Jozef. En vertelt dan over de ontvangenis, de twijfel van Jozef, de geboorte, de magiërs uit het Oosten, de vlucht naar Egypte, de kindermoord in Bethlehem en de vestiging te Nazareth.

En Lucas  begint  met de aankondiging van de geboorte van Johannes (hij zal uitgaan voor de Heer), de boodschap van de engel aan Maria, Maria op bezoek bij Elisabeth. Dan de geboorte van Johannes, de volkstelling en de geboorte van Jezus, de engel die de herders het goede nieuws verkondigt. Vervolgens de aanbidding door de herders en de besnijdenis en opdracht in de tempel (Maria Lichtmis).

Verder  zijn in onze kersttaferelen ook elementen of symbolen terechtgekomen uit de apocriefe geschriften, die niet tot de officiële Bijbelteksten worden gerekend. Zoals de vroedvrouwen die we in de Byzantijnse kunst zien. En ook de os en ezel stammen niet uit het kerstevangelie, maar  uit het oude testament (De  profeet Jesaja 1.3).