Jozef

Jozef is de man van Maria, de moeder van Jezus. De naam Jozef is afkomstig uit het Hebreeuws en betekent “De Heer moge toevoegen”.

In het kerstverhaal in Lucas is er een bescheiden plaats voor Jozef ingeruimd. In Matteüs komt zijn naam een aantal keer voor in het verhaal rond de geboorte van Jezus.
Hij is een afstammeling van David. Hij is timmerman (Matteus 13,55) en woont in Nazareth. Hij is een rechtschapen mens en hij zorgt goed en liefdevol voor Maria en haar kind. Meer weten we eigenlijk niet van hem.

Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens.  Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus  noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “
Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.

Toen de wijzen waren vertrokken, zag Jozef in een droom een engel van de Heer God. De engel zei: “Sta onmiddellijk op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar totdat Ik je zeg dat je terug mag komen. Want Herodes zoekt naar het kind. Hij wil het doden.” Toen stond Jozef ’s nachts op en vluchtte met het kind en Maria naar Egypte. Daar bleef hij totdat Herodes was gestorven. Zo gebeurde wat de Heer God vroeger al door de profeet Hosea had gezegd: ‘Ik heb mijn Zoon uit Egypte geroepen.’

Toen Herodes was gestorven, zag Jozef in Egypte in een droom een engel van de Heer God. De engel zei: “Ga met het kind en zijn moeder terug naar Israël. Want de mensen die Hem wilden doden, zijn gestorven.” Jozef reisde met het kind en Maria terug naar Israël. Maar hij durfde niet in Judea te gaan wonen. Want Herodes’ zoon Archelaüs was de nieuwe koning van Judea geworden. En God waarschuwde Jozef in een droom ook voor hem. Daarom ging hij naar het gebied Galilea. Daar ging hij in de stad Nazaret wonen.

Jozef wordt voor de laatste keer in de Bijbel genoemd, toen Jezus 12 jaar oud was en in de tempel achterbleef. Tijdens Jezus’ verdere optreden wordt Jozef niet genoemd, behalve om Jezus aan te duiden als Jozefs zoon, de zoon van de timmerman. Maria was aanwezig toen Jezus werd gekruisigd. Toen Jezus haar zag staan naast “de leerling van wie hij veel hield”, verklaarde hij hen moeder en zoon. Vanaf dat moment nam deze leerling Maria in huis. Mede om deze passage wordt verondersteld dat Jozef toen al overleden was. De kerkvader Hiëronymus stelde dat Jozef al voor de doop van Jezus was gestorven.

Het feest van Sint-Jozef wordt gevierd op 19 maart (Jozef als bruidegom van de Heilige Maagd Maria). Als 19 maart in de Goede Week of op Palmzondag valt, wordt het hoogfeest van Sint-Jozef verplaatst naar de zaterdag voor Palmzondag. Als 19 maart op een zondag in de veertigdagentijd valt, wordt de viering verplaatst naar maandag 20 maart.

Jozef wordt ook wel een goede makelaar genoemd. Hij is de beschermheilige van ons huis. Sommige huizenverkopers begraven een Jozefbeeldje in de voortuin, om zo hun huis sneller te verkopen. Het huis zou dan binnen drie maanden verkocht worden.  Het beeldje moet dan wel op z’n kop en met het gezicht naar het huis worden begraven. Als de woning verkocht is, wordt het beeldje opgegraven en krijgt een mooie plek in huis.

De heilige Jozef (“Sint-Jozef”) is de patroonheilige van de timmerlieden en arbeiders in het algemeen. Verder is hij patroonheilige van België en Canada en wordt hij aangeroepen als patroon van maagden, religieuze communiteiten, echtgenoten, het huisgezin en van stervenden.

In kerstgroepen is Jozef vaak herkenbaar doordat hij een brandende lantaarn of kaars in de hand, waarbij hij de vlam met de andere hand afschermt. Hiermee wordt verwezen naar Jezus als Licht van de wereld en Jozef is dan de beschermer van het Licht.