Engelen

Engel.

Engelen zijn volmaakte, spirituele wezens, ook wel zuivere geesten genoemd, die liefdevol bemiddelen tussen God en de mens. De naam is afgeleid van het Griekse “aggelos”, wat “bode” betekent. Ze worden meestal afgebeeld als een menselijke gestalte met vleugels. In de bijbel worden zij met verschillende namen genoemd. Bijvoorbeeld in Genesis 3:24 Cherubs, in Efeziërs 1:21 Hemelse vorsten, in Kolossenzen 1:16 engelen en in Romeinen 8:38 aartsengel. Een engel verkondigde ook de geboorte van Jezus aan de herders in het veld. Vaak afgebeeld met een banier met de tekst “Gloria in Excelcis Deo” of “Eer aan God in den hoge”.

De aartsengelen zijn de boodschappers van God. Michaël, Rafaël en Gabriël zijn de meest voorkomende namen, maar ook Uriël, Selafiël, Jehudiël en Barachiël komen voor, met name op iconen.

Michaël.
“Wie is als God” is de betekenis van de naam. Hij staat aan het hoofd van de aartsengelen en van de engelenorde. Wordt vaak afgebeeld met een palmtak in zijn linker- en een speer in zijn rechterhand, terwijl hij de duivel vertrapt. Hij bevecht het kwaad, zoals in Openbaringen 12:7 staat.

Rafaël. De betekenis van deze naam is “God geneest”. Hij wordt genoemd in het boek Tobit (hoofdstuk 6). De zoon van Tobit, Tobias, geneest zijn vader van zijn blindheid met de gal van een vis, door toedoen van de engel Rafaël. Rafaël wordt daarom soms afgebeeld met een vis, of met een kruik met geneesmiddelen.

Gabriël.
“God is mijn kracht”, of “de machtige van God”. Hij is de brenger van goed nieuws. Hij verscheen aan Zacharias om de geboorte van Johannes de Doper te verkondigen. En aan de maagd Maria om de boodschap te brengen dat zij zwanger zal worden, de annunciatie of Maria-Boodschap (25 maart). Hij wordt in vroege afbeeldingen gezien met een zwaard, maar later afgebeeld met een lelie in de hand.

Uriël.
“Vuur van God”. Hij kwam Noach de zondvloed aankondigen. En was de cherub die met een vurig zwaard de poort van Eden bewaakte.

Engelenscharen.

Dionysius de Areopagiet beschreef in 500 na Chr. de zgn. hiërarchie  der engelen. Deze werd overgenomen door paus Gregorius de Grote(ca.540-604) en in de westerse theologie ingevoerd.  De negen rangen zijn in drie groepen van drie verdeeld: engelen, aartsengelen en vorstendommen ( de laagste rang), dan de machten, krachten en heerschappijen, tot slot  de tronen, cherubijnen en serafijnen (de hoogste rang, het dichtst bij de troon van God). Het hemelse leger (de vorsten of machten) worden vaak afgebeeld als strijders. Ook in het testament van Adam uit ca. 400 v.Chr. staat een soortgelijke beschrijving van de orde der engelen.

Lucas vertelt in zijn evangelie bij de verkondiging aan de herders, dat zich een groot hemels leger bij de engel voegde, dat God prees met de woorden: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.”(Lucas 2:13-14)

Putti.
Verder kennen wij nog de vertederende mollige peuterfiguurtjes, de zogenaamde Putti. Bijna altijd mannelijk en meestal naakt. De putto wordt ook wel amoretto genoemd. Ze zijn er mèt en zonder vleugeltjes. Die met vleugeltjes worden ook wel cherubijntjes genoemd. Komen vooral voor in de renaissance-, barok- en rococo- beeldhouw- en schilderkunst.